Mevrouw Bakker is 93 en woont sinds een aantal weken bij ons in het hospice. In het begin nog wat onwennig: ‘Waar ben ik nu?’ en ‘Hoe kom ik hier?’. Als ik uitleg waar mevrouw is, en dat ze hier gekomen is, omdat het met haar gezondheid niet zo goed gaat, vraagt ze zich af of ze dan door ons volledig verzorgd wordt. ‘Ja natuurlijk, wij regelen alles voor u mevrouw’, is mijn antwoord. Het is een antwoord dat haar geruststelt, zodat ze met een tevreden zucht van opluchting zegt: ‘Mooi, dan kan ik dus straks ook doorgeven wat ik wil eten’.

Mevrouw houdt wel van een lolletje, en regelmatig lachen we mét haar en om haar, omdat we maar weinig meemaken dat de levenslust van een bewoner zó sprekend te lezen is in iemands ogen. Als ze je aankijkt twinkelt er iets, waardoor je eigenlijk altijd moet glimlachen als je haar alleen al aankijkt.

Een bijzondere band bouwt zich op tussen mevrouw Bakker en één van de coördinatoren van het hospice. Allebei komen de dames uit Groningen, waardoor de andere medewerkers regelmatig getuigen mogen zijn van gesprekken die slecht te volgen zijn.

Mevrouw Bakker geniet in haar laatste weken nog van alle aandacht en de momenten dat de zon schijnt. Regelmatig vinden we haar in haar stoel voor het raam, in de zon, met haar ogen dicht, schurkend tegen de eerste zonnestralen in het vroege voorjaar. ‘Och kind, ik ga binnenkort mijn bikini aantrekken, dat lijkt me wel zo prettig’.

Met iedereen maakt mevrouw grapjes en maakt onze Greuningse coördinator meerdere grappen achter elkaar, dan zegt ze “Kiek nou, de ondeugd straalt uit haar ogen, zie je dat? Daar moe je mee oppassen, met haar!”. Ondanks haar leeftijd straalt mevrouw een bijzondere energie uit, waar je maar moeilijk omheen kunt. We genieten van haar.

Afgelopen maandag loop ik de kamer van mevrouw Bakker in. Tijdens de overdracht begreep ik al, dat het ineens stukken minder met haar gaat. Mevrouw ligt met haar ogen dicht in bed. Ze is al ver weg, in een andere tijd en op een andere plaats dan waar ik haar de week ervoor nog had meegemaakt. Mevrouw heeft pijn en is onrustig. Met veel liefde zorgen de familie en alle medewerkers voor haar.

Twee dagen later heb ik weer dienst. De ademhaling van mevrouw Bakker verandert, de familie is gebeld. De verpleegkundige twijfelt over de verzorging. We willen haar namelijk in haar laatste uren eigenlijk niet meer lastigvallen met al die ‘aardse zaken’ en het haar zo comfortabel mogelijk maken. Tijdens dit moment van twijfel verandert de kleur van mevrouw, haar schoondochter merkt terecht op dat ze haar gezicht glad ziet trekken en enkele minuten later verlaat de laatste adem van mevrouw Bakker haar lichaam.

Ik raak haar hand aan en in gedachten wens ik haar een hele goede reis. Ondanks dat het goed is zo, besef ik me dat ik de bijzondere energie van deze prachtige dame ga missen.